De vijf vragen die elke goede briefing beantwoordt
Naast de gedragsdoelstelling zijn er vier andere vragen die vrijwel altijd ontbreken in briefings, maar die het verschil maken tussen een soepel traject en weken van reparatiewerk.
1. Wie is de gebruiker écht, en wat weet je van hun gedrag?
Niet een persona-poster met een naam en een leeftijd. Maar: hoe vinden mensen dit product? Op welk apparaat? In welke context, thuis of onderweg? Wat deden ze daarvoor? Wat verwachten ze als ze beginnen?
Bij de Decathlon game wisten we dat gebruikers de experience vrijwel uitsluitend op mobiel zouden spelen, kort na een winkelbezoek. Dat bepaalde alles: de sessieduur, de hoeveelheid tekst per scherm, het type interactie.
2. Wat is de technische en organisatorische omgeving?
Mag het bureau zelf een platform kiezen? Zijn er koppelingen nodig met bestaande systemen, zoals een CRM, een app of een kassa? Wie beheert de content na livegang? Zijn er juridische beperkingen zoals GDPR-vereisten voor dataverzameling?
Dit zijn vragen die opdrachtgevers zelden zelf stellen, maar die technische keuzes enorm beïnvloeden.
3. Wat zijn de randvoorwaarden qua tijd en budget?
Niet als onderhandeling, maar als ontwerpbeperking. Een experience die in zes weken live moet, is een ander product dan een experience met zes maanden looptijd. Beide kunnen goed zijn. Maar ze zijn anders. Zeg het.
4. Hoe meten we succes?
Niet alleen campagnemetrieken zoals bereik en impressies, maar ook gedragsmetrieken: terugkeerpercentage, sessieduur, voltooiingsratio, conversie. Spreek dit voor aanvang af, zodat het bureau de experience ook op die doelen kan ontwerpen.
5. Wat valt buiten scope?
Dit is de meest onderschatte vraag. Wat mag er niet? Welke kanalen, welke klantdata, welke merkexpressions zijn off-limits? Vroeg weten wat niet kan, voorkomt kostbare herzieningen later.