De meeste teams beginnen op de verkeerde plek. Ze bouwen een MVP, zetten het live, en gaan dan pas testen of mensen het willen. Maar op dat moment heb je al maanden tijd en budget besteed aan aannames die je nooit hebt getoetst.
Een goede MVP-validatiestrategie draait het om. Je begint met de vraag: welke aanname, als die fout blijkt, maakt het hele idee waardeloos? Die aanname test je als eerste. Niet als laatste.
Bij Livewall werken we regelmatig met organisaties die een digitaal product willen bouwen. Van loyaliteitsplatforms tot community-applicaties. En het patroon dat we steeds zien: teams die snel valideren, bouwen uiteindelijk betere producten. Niet omdat ze slimmer zijn, maar omdat ze vroeg leren welke richting het niet op moet.
De drie categorieën aannames
Elke MVP heeft aannames op drie niveaus:
Wenselijkheid — Willen mensen dit überhaupt? Lossen we een probleem op dat ze écht hebben?
Haalbaarheid — Kunnen we dit technisch en operationeel leveren op de manier die nodig is?
Levensvatbaarheid — Klopt het businessmodel? Verdienen we er genoeg aan om het vol te houden?
De meeste teams testen wenselijkheid als laatste, terwijl dat de aanname is die het vaakst fout blijkt. Test wenselijkheid altijd eerst. Pas als je weet dat mensen het willen, heeft het zin om te investeren in de rest.




