AI-tooling maakt het veel makkelijker om die stappen door elkaar heen te laten lopen. Terwijl we nog gesprekken voeren, behoeften ophalen en keuzes maken, kunnen we tegelijkertijd al iets bouwen dat werkt.
Niet als eindproduct, maar juist om van te leren.
Ik zie dat bij ons op verschillende plekken gebeuren. Onze designer Evi Franken werkt bijvoorbeeld steeds eerder samen met developers aan een werkende versie van het product. Niet eerst een volledig ontwerp maken en dat daarna overdragen, maar samen iets neerzetten en direct toetsen of het in de praktijk ook werkt.
Daardoor ziet een designer eerder wat technisch goed werkt, en ziet development eerder wat een bepaalde keuze betekent voor gebruiksvriendelijkheid. En de klant heeft al vroeg in het traject iets in handen waar daadwerkelijk doorheen geklikt kan worden.
Bij Roy van Zoelen , een van onze developers, zie ik iets vergelijkbaars vanaf de andere kant. Hij werkt inmiddels grotendeels vanuit een chatgesprek met een AI-agent. Hij typt zelf nauwelijks nog code. Hij bespreekt wat er moet komen, waarna de agent code schrijft, test en screenshots maakt. Zijn rol verschuift daarmee steeds meer van maker naar regisseur.
Hij vertelde me laatst dat een klant op maandag nog een idee kan bespreken en op dinsdag al door een werkende versie kan klikken.
En dat is goed.